De inleiding van het boek 'Hoogsensitief' van Prof. dr. Elke van Hoof (VU Brussel) trok mij direct. Al in dat gedeelte zag ik overeenkomsten met stotteren.

Stotteren en hoogsensitiviteit, iets nieuws?

Twee psychologen, Elaine en Art Aron schreven in 1997 als eerste over het begrip  hoog sensitief. Er ontstond spoedig een (wetenschappelijke) polarisatie storm waarbij nuance al snel ontbrak. Terwijl  de hoog sensitieve persoon van de ene arts naar de andere professional ging, in de hoop dat die wel het zou kunnen helpen. Deze ‘moeilijke’ patiënten shoppen dan van de ene doctor naar de andere. Dit doctor-shopping kan ook als symptoom worden gezien, aldus van Hoof. Zij zoeken naar erkenning en adequate hulp.
Naar hoeveel logopedisten, stottertherapeuten of andere therapeuten ben jij al geweest?

Ik besloot, als voorbereiding, op het publiekscollege bij het Donders Instituut het boek Hoogsensitief van Elke van Hoof verder te lezen.

Wat is hoogsensitief?

Als je hoogsensitief bent, ervaar je meer dan normaal prikkels uit de omgeving. Het is een relatief nieuw begrip.  De meetbaarheid is niet eenvoudig / eenduidig.
Neem alleen al hoeveel is meer dan meer dan normaal? Maar de kern is, dat mensen die deze eigenschap hebben gemakkelijker signalen uit de omgeving oppakken en worden daardoor gemakkelijker overprikkeld.

Hoe vaak overkomt het jou dat je bij de ene persoon (veel) meer stottert dan bij de ander?

Aron en Aron noemen dit mechanisme de sensory processing sensivity (SPS). Deze eigenschap bestaat volgens hen uit een verhoogde  sensitiviteit voor omgevingsprikkels die combineert wordt met een diepere cognitieve verwerking daarvan. Als gevolg daarvan treedt een sterkere emotionele, fysiologische of stressreactie op. Deze kunnen dan weer leiden tot geremd gedrag. Of anders gezegd: Graag eerst even de kat uit boom willen kijken (pause to check).

Hoe vaak denk jij, als ik nu meer tijd had genomen om weer rustig te worden, dan had ik makkelijker kunnen spreken. Hoe vaak heb jij ervaren dat als je te lang wacht dat jouw beurt in het gesprek voorbij is?

Ja, er zijn ook mensen die stotteren en relatief veel vermijden / zwijgen. Je kunt dus ook zeggen dat zij adequaat reageren op de hoeveelheid prikkels maar als de gesprekken snel gaan, dan kom je te weinig aan het woord.

Ook deze ‘medaille’ heeft altijd twee kanten. Is het een (vermijdings-)reactie, een reactie op het stotteren getoond of een reactie op de hoog sensitiviteit zichtbaar?

Wat is hoogsensitiviteit niet?

Hoog sensitiviteit is geen aandoening, handicap of stoornis. Het staat niet in DSM-V (het naslagwerk voor psychologen en psychiaters). Met andere worden: je hebt geen HSP maar je bent een HSP (Hoog Sensitief Persoon). Het is een karaktereigenschap van iemand.

Het is dus belangrijk om met deze eigenschap rekening te houden, indien je wilt gaan starten met een therapie. De term hoog sensitief kan het begrip vergroten. Je voelt immers meer dan anderen. Daarover hoef je je schuldig of gefaald over te voelen. Het is wel belangrijk om hier rekening mee te houden. Lees meer over therapieën.

Overigens is hoogsensitiviteit niet hetzelfde als hooggevoeligheid.  Hooggevoeligheid beschrijft de emotionele reactie op de hoeveelheid prikkels die binnenkomen.

Karaktereigenschappen in de wetenschap

Prof. dr. Elke van Hoof wijdt een heel hoofdstuk aan de raakvlakken met tal van theoretische modellen die andere psychiaters, psychologen en theologen over een gevoelig temperament en of meer gevoelig persoonlijkheidstypes hebben beschreven. Dat begint al bij Carl Gustav Jung. Hij beschrijft diverse persoonlijkheidstypes waarvan één die bij te veel stimuli of indien deze als te intens worden ervaren, sneller in zichzelf keert (introvert gedrag).

De Rejection Sensitivity Theory is een andere en deze benadrukt dat een mens evolutionaire diepgaande wortels heeft om er bij te willen horen. De gevoeligheid voor afwijzing staat in dit model centraal. Die gevoeligheid heeft elk mens, maar indien je hoog sensitief bent, komt dit door diepere verwerking nog harder binnen.

De relatie met stotteren en het pogen om zo min mogelijk te stotteren, ligt hierbij voor het oprapen. Het trainen om niet bang zijn voor een afwijzing, gaat, volgens deze theorie, tegen een evolutionair proces in.

Indien je hoog sensitief bent, is het daarom belangrijk om met de therapiekeuze hiermee rekening te houden.  Het voor jezelf realistische doelen stellen, is sowieso verstandig. Maar door het nieuwe begrip “hoog sensitief persoon” is dit gemakkelijker bespreekbaar te maken.

Hoogsensitiviteit en stottertherapie

In de Richtlijn Stotteren bij kinderen, adolescenten en volwassenen, oktober 2014 wordt op pagina 26 beschreven dat er veel onderzoek is gedaan naar de persoonlijkheidsstructuur van personen die stotteren maar uit de vele onderzoeken geen eenduidige conclusie is te trekken.

In deze richtlijn wordt in hoofdstuk 7.3.3 Studies naar effectiviteit van cognitieve en gedragsinterventies, toegepast in Nederland in de afgelopen jaren een overzicht gegeven van 3 soorten therapieën waarvan de groepstherapieën CSP en DM niet meer gangbaar zijn in Nederland. De individuele therapie blijft dan nog over. Opvallend is dat, door de meewerkende logopedisten, de meeste aandacht aan de emotionele / cognitieve aspecten werd besteedt, ook de meeste uitvallers kende.

Omdat een logopedist geen HSP therapeut is en een HSP therapeut geen logopedist is, ligt een goede samenwerking voor de hand. De richtlijn stotteren adviseert echter alleen een doorverwijzing “In verband met sociaal - emotionele problematiek” of  op basis van ICF kenmerken. (pagina 126 / 127)

Omdat hoog sensitiviteit niet als een aandoening, handicap of stoornis wordt gekenmerkt, zal het werken vanuit deze richtlijn niet vanzelf tot een samenwerking leiden.

Hoe is hooggevoeligheid vast te stellen?

Chuansheng Chen heeft, in 2015, bij bijna 300 Chinese studenten, 10 hersenen zones kunnen lokaliseren die een rol spelen bij HSP. Een veel belovend onderzoek volgens van Hoof, maar het verklaarde slechts een klein deel.

Ook is er een gen (5-HTTLPR) gevonden die gelinkt kunnen worden aan HSP.  Door dit gen kunnen  HSP-ers zich minder goed losmaken  van informatie, indien de informatie emotioneel gekleurd wordt aangeboden. De overprikkeling en de emotionele kleuring gebeurt in hetzelfde hersengebied en deze twee regio’s versterken elkaar.

Bovengenoemde meetmethodes zijn te kostbaar om veelvuldig uit te voeren. Het afnemen van vragenlijsten is een andere, veel goedkopere methode. Maar ook zo’n meetmethode heeft zijn beperkingen. Van Hoof bepreekt diverse van deze onderzoeksvragenlijsten. Belangrijk is te weten dat er diverse schalen (aspecten) zijn waarop iemand hoog sensitief is.

Een andere manier of aanvullend onderzoeksmethoden kan middels diepte interview gesprekken worden gedaan. Ook hier zijn voor- en nadelen van te geven.

Op de site hooggevoelig.nl staan diverse vragenlijsten.

Het publiekscollege gemist? Lees dan de samenvatting